NEN 3140 is de Nederlandse norm voor een veilige bedrijfsvoering van elektrische laagspanningsinstallaties en elektrische arbeidsmiddelen. De norm beschrijft hoe organisaties elektrische risico’s moeten beheersen tijdens gebruik, onderhoud, inspectie en werkzaamheden. Voor werkgevers, installatieverantwoordelijken, technische diensten en facilitair verantwoordelijken biedt NEN 3140 een praktisch beheersysteem.
In dit kennisbank artikel lees je wat de norm inhoudt, hoe een inspectie volgens NEN 3140 wordt uitgevoerd en wanneer toepassing binnen een zakelijke omgeving noodzakelijk is.

Wat is NEN 3140?
NEN 3140 bevat eisen en praktische bepalingen voor het veilig gebruiken, beheren, onderhouden en inspecteren van elektrische installaties en arbeidsmiddelen die onder laagspanning vallen.
Laagspanning betekent binnen dit kader een nominale spanning van maximaal:
- 1.000V wisselspanning.
- 1.500V gelijkspanning.
De norm gaat niet alleen over het technisch keuren van apparatuur. NEN 3140 behandelt de volledige organisatie rond elektrische veiligheid. Dit gaat onder andere over verantwoordelijkheden, bevoegdheden, werkprocedures, instructies, inspecties en de registratie van gebreken.
De norm is onder meer relevant voor kantoren en bedrijfspanden, productiebedrijven, magazijnen en logistieke centra, scholen en zorginstellingen, bouwplaatsen, technische diensten, verhuur- en servicebedrijven, organisaties met machines of handgereedschap en werkgevers die personeel aan elektrische installaties laten werken.
Een organisatie kan NEN 3140 daardoor niet uitsluitend invullen door periodiek alle stekkers en apparaten te laten keuren. Ook de vaste installatie, de deskundigheid van medewerkers en de manier waarop werkzaamheden worden voorbereid, moeten worden beheerst.
Waarvoor dient de NEN 3140-norm?
De NEN 3140-norm helpt werkgevers elektrische gevaren structureel te beperken. Elektriciteit kan leiden tot elektrische schokken, brandwonden, vlambogen, brand, explosies en secundaire ongevallen. Een medewerker kan bijvoorbeeld na een relatief lichte schok van een ladder vallen.
De norm richt zich op drie hoofddoelen:
- veilig gebruik van elektrische installaties en apparatuur.
- veilig uitvoeren van elektrotechnische en niet-elektrotechnische werkzaamheden.
- tijdig herkennen en herstellen van defecten en onveilige situaties.
Daarvoor beschrijft NEN 3140 onder meer hoe verantwoordelijkheden worden toegewezen, welke medewerkers bepaalde werkzaamheden mogen uitvoeren, hoe installaties en arbeidsmiddelen worden geïnspecteerd, hoe risico’s vooraf worden beoordeeld, hoe spanningsloos werken wordt georganiseerd, welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn en hoe inspectieresultaten en afwijkingen worden vastgelegd.
De norm vormt daarmee een organisatorisch én technisch kader. Alleen een meetrapport is onvoldoende wanneer binnen het bedrijf niet duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de elektrische installatie of wie storingen mag verhelpen.
Is NEN 3140 verplicht?
NEN 3140 is geen wet. Een organisatie is daarom niet automatisch wettelijk verplicht om precies deze norm toe te passen. Werkgevers zijn op grond van de arbeidsomstandighedenwetgeving wel verplicht om een veilige werkplek te bieden en risico’s van elektrische installaties en arbeidsmiddelen te beheersen.
Elektrische installaties moeten veilig zijn ontworpen, gebruikt en onderhouden. Werkzaamheden aan of in de nabijheid van elektrische installaties moeten worden uitgevoerd door medewerkers die daarvoor voldoende deskundig, geïnstrueerd en bevoegd zijn.
Relevante wettelijke aanknopingspunten zijn onder meer de Arbowet, de RI&E-verplichting en bepalingen uit het Arbobesluit over elektrische installaties, elektrotechnische werkzaamheden en het onderhoud en de keuring van arbeidsmiddelen.
NEN 3140 is een algemeen geaccepteerde methode om aan te tonen dat een organisatie deze verplichtingen zorgvuldig invult. Bij een ongeval, verzekeringskwestie of controle moet een werkgever kunnen onderbouwen welke maatregelen zijn genomen. Een aantoonbaar ingevoerd NEN 3140-beleid kan daarbij belangrijk bewijs leveren.
Wanneer kan toepassing contractueel verplicht zijn?
Los van de wettelijke zorgplicht kan NEN 3140 rechtstreeks verplicht worden gesteld in een onderhoudscontract, een huurovereenkomst, een verzekeringspolis, een bestek, een aanbesteding, interne bedrijfsvoorschriften, eisen van een opdrachtgever en een veiligheids- of kwaliteitssysteem.
In dat geval is naleving niet alleen een mogelijke invulling van de zorgplicht, maar een concrete contractuele afspraak.
Voor welke installaties geldt NEN 3140?
NEN 3140 is bedoeld voor de bedrijfsvoering van elektrische laagspanningsinstallaties. De norm is relevant vanaf het punt waarop een installatie in gebruik is genomen.
Voorbeelden zijn, groepenkasten en verdeelinrichtingen, eindgroepen en voedingskabels, wandcontactdozen, verlichting, machines en productielijnen (voor zover het gaat om veilig gebruik, beheer, inspectie of werkzaamheden aan de elektrische uitrusting), laadvoorzieningen, noodstroomvoorzieningen, zonnepanelen aan de laagspanningszijde, vaste elektrische apparatuur en tijdelijke installaties op bouwplaatsen of evenementen.
Bij machines en productielijnen kunnen daarnaast aanvullende eisen gelden, zoals CE-eisen, machineveiligheidsregels en normen voor de elektrische uitrusting van machines. NEN 3140 vervangt deze eisen niet, maar is wel relevant voor het veilig gebruiken, beheren en uitvoeren van werkzaamheden aan elektrische delen.
NEN 3140 moet niet worden verward met NEN 1010. NEN 1010 richt zich voornamelijk op het ontwerp en de aanleg van nieuwe laagspanningsinstallaties en op wijzigingen of uitbreidingen. NEN 3140 gaat over de veilige bedrijfsvoering nadat de installatie in gebruik is genomen.
In de praktijk kunnen beide normen bij dezelfde installatie relevant zijn. Een uitbreiding wordt bijvoorbeeld ontworpen en geïnspecteerd volgens de daarvoor geldende installatievoorschriften. Na ingebruikname valt het beheer van die uitbreiding binnen de bedrijfsvoering.
Voor welke arbeidsmiddelen geldt NEN 3140?
Elektrische arbeidsmiddelen zijn apparaten, machines en gereedschappen die tijdens het werk worden gebruikt en waarbij elektriciteit een rol speelt.
Voorbeelden zijn onder andere boormachines, slijpmachines, verlengsnoeren en kabelhaspels, bouwlampen, computers en beeldschermen, printers, koffieautomaten, laboratoriumapparatuur, lasapparatuur, mobiele machines, voedingen en acculaders.
Niet ieder apparaat heeft hetzelfde risicoprofiel. Een dubbelgeïsoleerde monitor in een droog kantoor vormt doorgaans een ander risico dan een verlengsnoer dat dagelijks op een vochtige bouwplaats wordt gebruikt.
Een veelgemaakte fout is daarom om alle arbeidsmiddelen zonder risicoanalyse hetzelfde keuringsinterval te geven.
Wat houdt een NEN 3140-keuring in?
De term NEN 3140-keuring wordt in de praktijk veel gebruikt, maar is geen aparte wettelijke keuringsvorm. Meestal bedoelt men hiermee een inspectie van elektrische arbeidsmiddelen of een inspectie van een vaste elektrische installatie volgens de uitgangspunten van NEN 3140.
Volledige naleving van NEN 3140 omvat meer dan alleen keuren. Ook aanwijzingen, verantwoordelijkheden, werkprocedures, instructies, deskundigheid en registratie maken deel uit van de veilige bedrijfsvoering.
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen:
- inspectie van elektrische arbeidsmiddelen.
- inspectie van vaste elektrische installaties.
De omvang, meetmethoden en beoordelingscriteria verschillen per type inspectie.
Inspectie van elektrische arbeidsmiddelen
Een arbeidsmiddelenkeuring bestaat doorgaans uit een visuele controle en, wanneer nodig, elektrische metingen of beproevingen.
Tijdens de visuele controle wordt onder meer gekeken naar: beschadigingen aan behuizing en kabel, deugdelijke trekontlasting, beschadigde stekkers, ontbrekende afschermingen, sporen van hitte of verbranding, vervuiling of vocht, onjuist uitgevoerde reparaties, leesbaarheid van noodzakelijke markeringen en geschiktheid voor de gebruiksomgeving.
Afhankelijk van het apparaat kunnen vervolgens metingen worden uitgevoerd, zoals:
- weerstand van de beschermingsleiding;
- isolatieweerstand;
- beschermings- of aanraakstroom;
- vervangende lekstroom;
- functionele beproeving.
Welke meting geschikt is, hangt af van de beschermingsklasse, de constructie en de elektronica in het apparaat. Moderne apparatuur met filters, voedingen of frequentieregelaars kan bijvoorbeeld een lekstroom vertonen die bij een verkeerde meetmethode tot een onjuiste afkeur leidt.
Inspectie van vaste installaties
Bij een inspectie van een vaste installatie wordt beoordeeld of de installatie veilig kan worden gebruikt. De inspecteur kijkt zowel naar de zichtbare toestand als naar de werking van beschermingsmaatregelen.
Onderdelen van de inspectie kunnen zijn:
- controle van verdeelinrichtingen;
- beoordeling van beschadiging en veroudering;
- controle van afschermingen;
- controle van de beschermingsleiding;
- meting van isolatieweerstand;
- controle van automatische uitschakeling;
- beproeving van aardlekschakelaars;
- controle van vereffening;
- beoordeling van opschriften en groepsaanduidingen;
- controle van bereikbaarheid en bedieningsveiligheid;
- thermografisch onderzoek, wanneer dit als aanvullende methode wordt ingezet.
Een inspectie moet worden afgestemd op de installatie, de gebruiksomstandigheden en de risico’s. Een standaard checklist zonder kennis van de installatie is geen volwaardige risicoanalyse.
Hoe vaak is een NEN 3140-keuring nodig?
NEN 3140 schrijft niet voor dat ieder arbeidsmiddel standaard jaarlijks moet worden gekeurd. De inspectiefrequentie moet worden vastgesteld op basis van het risico.
Daarbij spelen onder meer de volgende factoren een rol:
- het type arbeidsmiddel;
- de gebruiksfrequentie;
- de deskundigheid van gebruikers;
- de kans op beschadiging;
- de omgeving;
- eerdere inspectieresultaten;
- de kwaliteit en ouderdom van het materieel;
- instructies van de fabrikant;
- incidenten en reparaties.
Een kabelhaspel op een bouwplaats kan daardoor vaker moeten worden geïnspecteerd dan een computer die permanent op een kantoorwerkplek staat.
Voor vaste installaties geldt hetzelfde uitgangspunt. Een installatie in een vochtige, stoffige of mechanisch zware omgeving vraagt doorgaans om intensiever toezicht dan een overzichtelijke kantoorinstallatie die nauwelijks wordt gewijzigd.
Leg de gekozen inspectiefrequentie vast en onderbouw deze met een risicoanalyse. Zonder goede onderbouwing is een langere inspectietermijn moeilijker te verdedigen bij een incident, controle of verzekeringskwestie.
Inspectie na reparatie of incident
Wacht niet altijd tot de geplande periodieke keuring. Een extra inspectie kan noodzakelijk zijn na:
- een reparatie;
- een elektrische storing;
- waterschade;
- een val of botsing;
- overbelasting;
- brand- of hitteschade;
- een ingrijpende wijziging;
- langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden.
Heb je vragen over NEN 3140 of wens je graag meer informatie over de wet en regelgeving? Neem dan contact op via 088 - 51 11 600 of stuur een e-mail naar [email protected]. Wij helpen je graag verder.
Veelgestelde vragen over NEN 3140:

Geef hieronder een reactie
Log in of maak een account aan om een reactie te geven.